VACCINATIE


Met een vaccinatie (ook wel inenting genoemd) wordt gebruik gemaakt van de natuurlijke afweer van het dier. Een vaccin tegen een bepaalde ziekte zet het lichaam aan om bescherming (een immuniteit) tegen een ziekte op te bouwen.


Jaarlijkse controle

Het (jaarlijks) bezoek voor de (herhalings)vaccinatie, biedt mij de kans tot een controle van de algehele gezondheid van uw huisdier. Hierdoor kunnen eventuele afwijkingen vroegtijdig worden waargenomen, zodat indien nodig snel een behandeling kan worden ingezet. Op het moment dat een dier al iets onder de leden heeft, zal het afweersysteem hierop aangesproken worden, en zou het juist ziek kunnen worden van de vaccinatie. Blijkt een dier ziek te zijn, dan kan het beter niet gevaccineerd worden.

Alvorens de benodigde enting wordt toegediend, zal er dus eerst een lichamelijk onderzoek van het huisdier aan vooraf gaan. Hierbij worden het gebit, oren, ogen, vacht, huid, hart en longen, lymfknopen en het bewegingsapparaat gecontroleerd. Het dier wordt gewogen en eventuele gezondheidsklachten kunnen worden besproken.

Op deze pagina treft u de vaccinatie schema's aan van hond, kat en konijn.

Naar boven



Vaccinatie hond

puppy

Na de geboorte krijgt een pup met de eerste moedermelk ook afweerstoffen tegen de belangrijkste hondenziektes. Deze afweerstoffen beschermen de pup gedurende zijn eerste levensweken, maar zij worden langzaam afgebroken. Het is daarom van belang dat een pup vanaf de leeftijd van 6 weken gevaccineerd wordt zodat hij zelf antistoffen op gaat bouwen. Dit is de zogenoemde "puppy -enting". Op 9- en 12 weken moet de pup zijn vervolg vaccinatie krijgen. Als alle adviezen over vaccinaties goed zijn opgevolgd zal uw pup na de 3e injectie; op de leeftijd van 12-14 weken, een dusdanige weerstand hebben opgebouwd dat de herhalingsvaccinatie pas na een jaar weer nodig is.

Herhalingsvaccinaties voor volwassen honden zijn van belang om de algemene bescherming op een hoog peil te houden.

Indien honden tijdens de vakantie in een pension gaan of mee mogen naar het buitenland, dan is het nodig om extra vaccinaties toe te dienen tegen hondsdolheid (rabiës) respectievelijk kennelhoest.


Waartegen wordt gevaccineerd?

Hondenziekte (ziekte van Carré)

Hondenziekte komt het meest voor bij jonge dieren en het virus wordt vooral via contact met ontlasting, urine of speeksel van een besmet dier overgebracht. Ook wolven, fretten en nertsen zijn gevoelig voor hondenziekte. De dieren zijn erg ziek. Zij kunnen, zelfs ondanks een goede behandeling, doodgaan.


Verschijnselen van hondenziekte

De ziekte openbaart zich door de verschijnselen van:

  • Koorts
  • Ontsteking van oogleden en neusslijmvlies
  • Braken
  • Hoesten
  • Diarree
  • Soms aantasting van het zenuwstelsel
  • Soms een verdikking van de hoornlaag op de neus en de voetzolen

Dit virus komt in Nederland niet veel meer voor omdat de meeste honden geënt worden. In diverse andere Europese landen is hondenziekte echter een veel voorkomende ziekte.


Parvo

Het parvovirus is ten opzichte van veel andere virussen erg klein. Dat kan niet gezegd worden van het ziekteverwekkend vermogen van dit virus en evenmin van de mogelijkheid op overleving in de omgeving. Het feit dat parvovirus een jaar in de omgeving kan overleven, zorgt ervoor dat regelmatig besmettingen plaats kunnen vinden. Parvo-infecties komen vooral bij jonge dieren voor. Bepaalde rassen (bijvoorbeeld Duitse herder, dobermann en rottweiler) zijn erg gevoelig voor parvo. De behandeling van een parvo-infectie is erg moeilijk en arbeidsintensief en dus kostbaar. Zelfs bij een goede behandeling is het lang niet zeker dat de patiënt herstelt. Pups gaan bijna altijd dood.



Verschijnselen van parvo
  • Ernstige, bloederige diarree
  • Braken
  • Uitdroging (door de diarree en het braken)
  • Sterk afgenomen afweer tegen andere ziekten

Besmettelijke leverziekte (hepatitis, H.C.C.)

Deze ziekte wordt veroorzaakt door een adenovirus dat in het lichaam allerlei schadelijke effecten veroorzaakt. Het belangrijkste effect is ontsteking van de lever. De ziekte wordt verspreid door de lucht en via speeksel en urine van besmette honden. Veel voorkomende symptomen zijn slecht eten of juist meer eten en drinken, lusteloosheid, lichte diarree en braakklachten. De ziekteverschijnselen zijn niet altijd even duidelijk, waardoor laboratoriumonderzoek meestal nodig is om de diagnose te stellen. De ziekte kan op alle leeftijden voorkomen. Het ziekteverloop is soms mild, in andere gevallen worden dieren ernstig ziek en kunnen ze sterven door de hoge koorts en onherstelbare leverbeschadiging.


Ziekte van Weil (leptospirose)

De ziekte van Weil is bij de meeste mensen een bekend begrip omdat de ziekte ook bij de mens kan voorkomen. De ziekte wordt veroorzaakt door leptospirae, bacteriën die zich na besmetting in de bloedbaan verspreiden en bloedingen veroorzaken. Leptospiren worden via de urine uitgescheiden en met name via besmet (zwem)water van het ene naar het andere dier (rat-hond; hond-hond) overgedragen. Via wondjes, slijmvliezen en de huid, dringen ze het lichaam binnen.

Een mens kan besmet worden door een besmette hond. De eerste symptomen zijn rillingen en koorts. De hond wil al snel niet meer eten en krijgt braakklachten. Er ontstaat geelzucht doordat de lever en de nieren van de hond worden aangetast. Leptospirose is een gevaarlijke ziekte en kan, vooral wanneer te laat wordt ingegrepen, tot de dood leiden.


Kennelhoest

Kennelhoest is een infectie van de voorste luchtwegen. Verschillende virussen en bacteriën kunnen de aandoening veroorzaken, evenals stress. Stress geeft een verminderde weerstand waardoor infecties kunnen aanslaan. Kennelhoest treedt meestal op nadat de hond intensief in contact is geweest met andere honden (in een pension, op een tentoonstelling of op een hondenschool en uitlaatservice).



Verschijnselen
  • Droge, hardnekkige hoest die vaak gepaard gaat met kokhalzen en braken
  • Klachten aan de luchtwegen

Deze verschijnselen kunnen enkele weken aanhouden. Kennelhoest is zeer besmettelijk.


Hondsdolheid (rabiës)

In Nederland komt rabiës gelukkig zelden voor, maar in een aantal Europese landen is het wel een probleem. Dieren en mensen gaan vrijwel zonder uitzondering dood binnen 7 dagen nadat de verschijnselen zich openbaren. Het rabiësvirus wordt vooral via speeksel (bijten) overgebracht.

Hondsdolheid tast de hersenen aan, waardoor agressief gedrag of angstig gedrag ontstaat. Elke hond of vos die zich vreemd gedraagt of zomaar ergens dood wordt aangetroffen, moet in beginsel verdacht worden van hondsdolheid. De laatste jaren is bekend geworden dat rabiës ook bij een bepaalde soort vleermuis (Laatvlieger) voorkomt. Dus nooit zomaar een zieke of dode vleermuis aanraken of oprapen. Na contact met een verdacht dier (likken, krabben, bijten) luidt het advies de wond zo snel mogelijk (uit) te wassen met veel water en zeep, daarna ontsmetten met jodium en direct contact opnemen met een arts. Snelle behandeling kan levensreddend werken.

Vaccinatie tegen dit virus is verplicht als een huisdier naar het buitenland gaat.

Vaccinatieschema honden


leeftijd
vaccinatie
biedt bescherming tegen
6 wekenPuppy entingHondenziekte, Parvo
8 - 9 wekenVervolg entingParvo, Ziekte van Weil
Para-influenza / Bordetella
12 -14 wekenGrote coctailParvo, Ziekte van Weil
Para-influenza, Hondenziekte
Leverziekte
1 jaarGrote coctailParvo, Ziekte van Weil
Para-influenza, Hondenziekte
Leverziekte (Bordetella)
2 jaarKleine coctailZiekte van Weil
Para-influenza (Bordetella)
3 jaarKleine coctailZiekte van Weil
Para-influenza (Bordetella)
4 jaarGrote coctailParvo, Ziekte van Weil
Para-influenza, Hondenziekte
Leverziekte (Bordetella)
5 jaarKleine coctailZiekte van Weil
Para-influenza (Bordetella)
Etc.
Vanaf 3 maanden leeftijd, bij vervoer naar het buitenlandRabiësHondsdolheid


Naar boven


Vaccinatie kat

kat met jongen


De meeste kittens worden voor het eerst gevaccineerd op een leeftijd van 9 tot 12 weken.

Via de moedermelk krijgt een kitten afweerstoffen mee. Deze afweerstoffen zijn in het algemeen voldoende om een kitten de eerste levensweken te beschermen tegen ziekteverwekkers.

Drie weken na de eerste vaccinatie vindt een herhalingsvaccinatie plaats. Dit, om een goede basisbescherming te krijgen.

Volwassen katten dienen jaarlijks een herhalingsvaccinatie te krijgen om de bescherming op een hoog peil te houden.



Waartegen wordt gevaccineerd ?


Kattenziekte

Dit is een ernstige, zeer besmettelijke ziekte die met name voor problemen zorgt bij jonge katten. Het virus vermeerdert zich vooral in de snel delende cellen van het beenmerg en de darmen.

Verschijnselen van kattenziekte
  • Verminderde afweer
  • Afwijkingen van het maag/darmkanaal


De dieren kunnen ernstige buikpijn krijgen, braken, diarree en uitdroging. Dit alles gaat gepaard met koorts en de dieren maken een zieke indruk. Door de verminderde weerstand kunnen andere infecties zoals bijvoorbeeld van de luchtwegen, het ziektebeeld verergeren. Bij dieren die de besmetting overleven kan nog gedurende enkele weken tot maanden diarree aanwezig zijn.

Indien drachtige dieren zijn geïnfecteerd met kattenziekte, dan kan dit leiden tot de geboorte van afwijkende kittens (afwijkingen in de hersenen, neurologische afwijkingen). Kattenziektevirus kan jarenlang in de omgeving van de katten besmettelijk blijven en is alleen met bepaalde ontsmettingsmiddelen te doden.

Na vaccinatie tegen kattenziekte ontstaat een goede en langdurige bescherming.



Niesziekte

Niesziekte is een aandoening waarbij sprake is van een ontsteking van de voorste luchtwegen. Verschillende virussen en bacteriën spelen een rol. Daarnaast zijn huisvesting, klimaat en verzorging van belang bij het ontstaan van niesziekte.



Verschijnselen van niesziekte

Afhankelijk van de verwekker, de leeftijd en de weerstand van de dieren kunnen de verschijnselen variëren. De ziekte kan beperkt blijven tot niezen en wat hoesten met waterige neus- en ooguitvloeiing. Als de toestand verslechtert, krijgt de kat koorts met ernstige neus- en ooguitvloeiing en eventueel blaasjes op de tong. Complicaties die hierbij kunnen optreden zijn bronchitis en/of longontsteking. In het ergste geval kan het leiden tot de dood.

Niesziekte is met medicijnen wel te genezen, maar sommige katten kunnen er een chronische loopneus en/of ontstoken oogjes aan over houden. Katten die niesziekte hebben gehad blijven drager. In periodes met verminderde weerstand (bijvoorbeeld door stress), kan het niezen opnieuw de kop opsteken, waardoor deze kat weer andere katten in zijn omgeving kan besmetten. Niesziekte komt met name voor op plaatsen waar katten intensief met elkaar in contact kunnen komen, zoals in pensions, catteries en bij bezoek aan kattententoonstellingen. De belangrijkste route van besmetting is contact tussen katten en contact met besmette materialen.

Hoewel vaccinatie tegen niesziekte geen 100% bescherming geeft (dit komt door de vele besmettelijke en niet-besmettelijke factoren die bij niesziekte een rol spelen), is het toch aan te raden jaarlijks tegen deze ziekte te vaccineren. In de praktijk blijkt dat katten die gevaccineerd zijn tegen niesziekte, hooguit een milde vorm van niesziekte krijgen. De kans op bijkomende complicaties zoals bronchitis en/of longontsteking is dan wel aanzienlijk kleiner.



Rabiës (Hondsdolheid)

Het rabiësvirus wordt vooral via speeksel (bijten) overgebracht. Vaccinatie tegen dit virus is verplicht als het huisdier naar het buitenland gaat. Dit geldt eveneens als katten in aanraking zijn geweest met vleermuizen.



Vaccinatieschema katten


leeftijd
vaccinatie
biedt bescherming
tegen
9 weken1e vaccinatieKattenziekte
en niesziekte
12 weken2e vaccinatieKattenziekte
en niesziekte
Volwassen katJaarlijkse vaccinatieKattenziekte
en niesziekte
Vanaf 3 maanden leeftijd bij vervoer naar het buitenlandRabiësHondsdolheid
Vanaf 4 weken leeftijd bij kat naar het pensionNeusdruppelvaccinBordetella


Naar boven


Vaccinatie konijn

konijnen lotharingers

Konijnen kunnen door middel van een inenting beschermd worden tegen Myxomatose en VHD(Viraal Haemorragic Disease). Myxomatose en VHD zijn beide infectieziekten die veroorzaakt worden door een virus.



Myxomatose

Ieder jaar leidt myxomatose weer tot een aanzienlijke sterfte onder wilde en tamme konijnen. De ziekte wordt veroorzaakt door het myxomatosevirus. Het gevaar op besmetting via insecten is in de zomer het hoogst. De verspreiding verloopt vaak via stekende insecten, zoals vlooien, muggen en vliegen. Ook is de besmetting via direct contact met besmette dieren of materialen mogelijk. Extra risico op Myxomatose is er bij warme nazomers en bij dieren die buiten worden gehuisvest. Als eenmaal een infectie in een groep konijnen is aangeslagen, dan is het verloop zeer moeilijk te beïnvloeden. Preventieve maatregen zijn daarom van essentieel belang.



Symptomen

De tijd tussen de besmetting en het zien van de eerste symptomen bedraagt enkele dagen tot een week. Het konijn wordt sloom, de ogen zijn gezwollen en worden rood, er kan zwelling rond de oren, snuit en geslachtsorganen ontstaan. Na verloop van tijd kleven de oogleden aan elkaar en ontstaat er een pussige oog- en neusvloeiing. Bijna alle geïnfecteerde konijnen vinden de dood binnen een halve dag na het ontstaan van de symptomen. Er zijn maar enkele konijnen die een Myxomatose infectie na een intensieve behandeling overleven.



Preventie

Maatregelen die u kunt treffen om de kans op Myxomatose te verkleinen, is door o.a. insecten te weren door middel van vlooienbestrijding, fijnmazig gaas rond het hok te spannen, hok goed schoonhouden en het konijn te laten vaccineren.



Viraal Haemorrhagic Disease (VHD, of RHD (rabbit haemorrhagic disease))

Viraal Haemorrhagic Disease wordt in Nederland ook wel het Virale Haemorrhagische Syndroom genoemd. Het is een zeer besmettelijke en vaak dodelijke konijnenziekte. Het verspreidt zich via o.a. ontlasting, besmette dieren en materialen (o.a. vers gesneden gras)



Symptomen

De tijd tussen de besmetting en het zien van de eerste symptomen bedraagt ongeveer 1 tot 3 dagen.

Er zijn drie vormen van VHD te onderscheiden:

  • Zeer snelle vorm die wordt gekarakteriseerd door plotselinge dood
  • Snel verlopende vorm, hierbij stoppen de dieren met eten, treedt er benauwdheid op en hebben ze hoge koorts. Vaak tandenknarsen de dieren en in een later stadium kan er een schuimige, bloederige neusvloeiing ontstaan, gevolgd door de dood.
  • Milde vorm: deze vorm is zeldzaam, herstel en levenslange immuniteit.


Individuele konijnen vaccineren op ieder willekeurig moment in het jaar

Voorheen bestond de mogelijkheid om uw konijn(en) twee maal per jaar te vaccineren, omdat de toenmalig gebruikte entstof voor een half jaar bescherming bood. Konijnenbezitters ontvingen van de praktijk een oproep voor het konijnenspreekuur, waarbij de vaccinaties werden toegediend.

Vanaf 2012 werkt DAP Haastrecht met een nieuw combinatievaccin dat konijnen 12 maanden bescherming biedt tegen zowel myxomatose als VHD. Dit vaccin is verkrijgbaar in flacons met een enkelvoudige dosering, waar een individueel konijn mee gevaccineerd kan worden. Dit maakt het organiseren van een konijnenspreekuur niet meer nodig. U kunt zelf beslissen wanneer u het konijn wilt laten enten. De meest geschikte tijd om te vaccineren is in het voorjaar (april, mei), omdat het gevaar op besmetting via insecten in de zomer het hoogst is en het konijn dan in ieder geval voor een jaar is beschermd.

Het nieuwe vaccin kan worden gebruikt bij konijnen vanaf vijf weken leeftijd. Dit geldt ook voor dwergrassen. Na toediening van de enting, wordt immuniteit binnen drie weken bereikt.

Vaccinatieschema konijnen


leeftijd
vaccinatie
biedt bescherming tegen
Vanaf vijf weken leeftijdCombinatie vaccinMyxomatose en VHD (RHD)
Vaccinaties
Vaccinaties
Vaccinaties